|
|
LICHTE WIND TOT 1Bf. |
MATIGE WIND 2 tot 4 Bf. |
HARDE WIND 5Bf. / 6Bf. |
|
|
Positie aan boord |
|
|
Zit in het midden van de boot. |
Zit op de rand net achter het middenschot. Breng je gewicht naar achteren wanner de wind toeneemt. Laat de boot stampen, maar houdt je romp stil. Vermijdt slaan van de boeg tegen de golven. |
Ga meer naar achteren zitten wanner de wind toeneemt. Vermijd echter ingraven van de spiegel. Dit vertraagt de snelheid. |
|
|
Boothelling |
|
|
Houd de boot recht. Ga op de zwaardkast zitten en leun naar binnen om helling naar loef te voorkomen. |
Houd de boot altijd recht en hang meer uit wanneer de wind toeneemt. |
Houd de boot altijd recht en hang zover mogelijk uit of zelfs nog verder....! |
|
|
Zwaard |
|
|
|
Bij laag gewicht van de bemanning of voor beginnende zeilers met onvoldoende hangtechniek doe je wat hiernaast staat: spriet iets losser, zo nodig zwaard ca. 10 cm. omhoog. |
Bij te veel wind of laag gewicht van de bemanning doe je eerst je spriet wat losser tot je een plooitje in je zeil krijgt. Als je hiermee – en met hangen – je boot nog niet recht kan houden dan haal je het zwaard ca. 10cm omhoog. |
|
|
Positie aan boord |
|
|
Zit laag in de boot. |
Ga op de rand zitten and breng je gewicht naar achteren wanneer de wind toeneemt. |
Breng je gewicht naar achteren en hang zo veel mogelijk. |
|
|
|
Breng je gewicht naar achteren en naar voren opdat de boot op de golven blijft planeren. Val met de vlagen mee of haal de schoot in. |
|
|
Helling |
|
|
Houdt de boot recht. |
Houdt de boot rechtop of hel licht naar loef. |
Houdt de boot recht. Hang zo veel mogelijk. |
|
|
Zwaard |
|
|
Haal het zwaard ca. 60 cm omhoog. Zet een streep op het zwaard zodat je de positie makkelijk herkent. |
|
|
Positie aan boord.
Kijk naar voren, draai je lichaam mee zodat een bovenbeen op de rand zit, de andere knie op de bodem van de boot. Stuur met de joy-stick |
|
|
Zit in het midden van de boot. |
Zit in het midden van de boot
|
Breng je gewicht naar achteren wanneer de boot begint te duiken |
|
|
Helling |
|
|
Laat de boot naar loefzijde hellen en laat de giek meer dan 90° uitzwaaien zodat deze niet terug draait. |
Ga op de rand zitten en laat de boot naar loef hellen. De giek niet verder dan 90° uitvieren. |
Zit op de rand en hel naar loef. Giek 75° tot 80° naar buiten. De boot wordt onstabiel bij 90° giek positie. |
|
|
Zwaard |
|
|
Helemaal omhoog |
Helemaal omhoog |
Ca. 10 cm uit laten steken. |
|
|
De Rolltack |
|
|
|
Houd je joystick vast aan het uiterste eind, alsof je een microfoon vasthoud, geen mes en vork. Dit is heel belangrijk om dat je anders volledig in de knoop raakt bij het nadoen van de volgende stappen: |
|
|
1 |
Hang de boot schuin, rol de boot naar loef en begin te draaien. Stuur geleidelijk en licht om de boot te helpen draaien. Draai het roer niet meer dan 45°. |
|
|
2 |
Duik. Je moet nog steeds op de rand aan loefzijde zitten wanneer de giek overkomt. |
|
|
3 |
Beweeg snel en soepel naar de andere zijde, met je handen voor je uit. Blijf voor in de boot en ga alleen dicht bij het schot zitten. |
|
|
4 |
Draai je om wanneer je gaat zitten. Je moet de joystick en de schoot nog steeds in dezelfde hand houden, met de joystick achter je rug. Laat de schoot iets vieren wanneer het hard waait en schuif je voet onder de hangband. Houd je hoofd omhoog en kijk naar voren. Omdat de joystick zich nog steeds achter je rug bevindt, kun je de boot gewoon blijven sturen totdat je je draai weer gevonden hebt. Wissel daarna pas de schoot en joystick. |
|
|
|
Twee tell tales op 100mm achter de mast aan twee zijden van het zeil. twee tell tales aan achterlijk. Tell tales moeten altijd recht naar achteren wijzen voor optimale stuwing. |
|